1. De werkzaamheden die in het kader van artikel 71, eerste lid, worden uitgevoerd, worden jaarlijks door Onze Minister vastgesteld, gehoord de Rijksvertegenwoordiger.

  2. Over de werkzaamheden, bedoeld in artikel 71, eerste lid, rapporteert de inspectie, gevraagd en ongevraagd, rechtstreeks aan Onze Minister.

  3. De inspectie rapporteert tevens aan de Rijksvertegenwoordiger.

  4. Onze Minister brengt in een multidisciplinair rapport aan de Staten-Generaal verslag uit van de bevindingen van de inspectie bij de toetsing, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onder b.

  5. Onze Minister zendt, onverminderd het vierde lid, de Staten-Generaal jaarlijks een door de inspectie opgesteld verslag van de werkzaamheden die in het kader van artikel 71, eerste lid, zijn uitgevoerd.