Veiligheidswet BES

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Politie
Hoofdstuk 3 Brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 4 Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing
Hoofdstuk 5 Samenwerking
Hoofdstuk 6 Financiën
Hoofdstuk 7 Toezicht
Hoofdstuk 8 Sancties en overige bepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangs- en invoeringsbepalingen

Artikel 7

HISTORISCH
  1. Behoeft de procureur-generaal voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie bijstand van een onderdeel van de krijgsmacht, dan richt hij door tussenkomst van de Rijksvertegenwoordiger een verzoek daartoe aan Onze Minister van Defensie.

  2. Onze Minister van Defensie verleent, na overleg met Onze Minister van Justitie en, indien het mede betrekking heeft op de handhaving van de openbare orde, met Onze Minister, bijstand door de Koninklijke marechaussee, tenzij dringende reden zich daartegen verzetten.

  3. In bijzondere gevallen verleent Onze Minister van Defensie, na overleg met Onze Minister van Justitie en, indien het mede betrekking heeft op de handhaving van de openbare orde, met Onze Minister, bijstand door andere onderdelen van de krijgsmacht.

  4. De procureur-generaal bepaalt, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, op welke wijze bijstand wordt verleend.

  5. Behoeft de procureur-generaal bijstand door een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Politiewet 1993, dan richt hij door tussenkomst van de Rijksvertegenwoordiger een verzoek daartoe aan Onze Minister van Justitie. Artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993 is van overeenkomstige toepassing.

01-08-2018 Huidig 01-01-2013 Historisch 01-01-2011 Historisch 11-10-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Behoeft de procureur-generaal voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel voor het verrichten van taken ten dienste van de justitie bijstand van een onderdeel van de krijgsmacht, dan richt hij door tussenkomst van de Rijksvertegenwoordiger een verzoek daartoe aan Onze Minister van Defensie.

  2. Onze Minister van Defensie verleent, na overleg met Onze Minister van Justitie en, indien het mede betrekking heeft op de handhaving van de openbare orde, met Onze Minister, bijstand door de Koninklijke marechaussee, tenzij dringende reden zich daartegen verzetten.

  3. In bijzondere gevallen verleent Onze Minister van Defensie, na overleg met Onze Minister van Justitie en, indien het mede betrekking heeft op de handhaving van de openbare orde, met Onze Minister, bijstand door andere onderdelen van de krijgsmacht.

  4. De procureur-generaal bepaalt, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, op welke wijze bijstand wordt verleend.

  5. Behoeft de procureur-generaal bijstand door een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Politiewet 1993, dan richt hij door tussenkomst van de Rijksvertegenwoordiger een verzoek daartoe aan Onze Minister van Justitie. Artikel 60, tweede lid, van de Politiewet 1993 is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Veiligheidswet BES