De Rijksvertegenwoordiger kan in geval van een ramp of een crisis van boveneilandelijke betekenis of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan de gezaghebber, zo mogelijk na overleg met hem, aanwijzingen geven over het inzake de rampenbestrijding of de crisisbeheersing te voeren beleid. Hij kan alsdan ten aanzien van een openbaar lichaam een functionaris aanwijzen die in de operationele leiding van de rampenbestrijding of de crisisbeheersing voorziet. Hij kan zich doen bijstaan door een door hem samengestelde rampenstaf.