1. Behoeft de gezaghebber in geval van een brand, ramp of crisis of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bijstand, anders dan voor de handhaving van de openbare orde, dan richt hij een verzoek daartoe aan de Rijksvertegenwoordiger.

  2. De Rijksvertegenwoordiger richt zich met een verzoek om bijstand tot de gezaghebbers van de andere openbare lichamen of tot Onze betrokken Minister dan wel, indien bijstand van een onderdeel van de krijgsmacht gewenst is, tot Onze Minister van Defensie, die de nodige voorzieningen treffen, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten.