1. Onze Minister kan doelstellingen vaststellen ten aanzien van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

  2. Onze Minister zendt het besluit waarbij hij de doelstellingen heeft vastgesteld toe aan de bestuurscolleges alsmede aan de Staten-Generaal.

  3. Onze Minister voert, mede met het oog op eventueel vast te stellen doelstellingen als bedoeld in het eerste lid periodiek overleg met de gezaghebbers.