1. De algemeen commandant overlegt ten minste vier maal per jaar met elk van de bestuurscolleges en de lokaal commandant.

  2. Het in het eerste lid bedoelde overleg vindt in elk geval plaats over:

    1. het ontwerp-jaarplan en de daarbij behorende begroting en het ontwerp-beheersplan;

    2. de uitvoering van het beheersplan en de verwezenlijking van de doelstellingen, bedoeld in artikel 41.