1. De algemeen commandant stelt na overleg met de lokaal commandanten ten minste eenmaal in de vier jaar het ontwerp-beheersplan en jaarlijks het ontwerp-jaarplan met een daarbij behorende begroting op. Voorafgaand aan het opstellen van de plannen worden de bestuurscolleges gehoord.

  2. De algemeen commandant zendt de stukken ter vaststelling toe aan de korpsbeheerder brandweer. De algemeen commandant zendt de stukken voorts ter kennisneming toe aan de bestuurscolleges en de Rijksvertegenwoordiger.

  3. Zodra de stukken, bedoeld in het tweede lid, zijn vastgesteld, zendt de algemeen commandant deze toe aan de bestuurscolleges en Rijksvertegenwoordiger.