Veiligheidswet BES

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Politie
Hoofdstuk 3 Brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Hoofdstuk 4 Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing
Hoofdstuk 5 Samenwerking
Hoofdstuk 6 Financiën
Hoofdstuk 7 Toezicht
Hoofdstuk 8 Sancties en overige bepalingen
Hoofdstuk 9 Overgangs- en invoeringsbepalingen

Artikel 24

HISTORISCH
  1. Onze Ministers stellen ten minste eenmaal in de vier jaar de hoofdlijnen vast met betrekking tot het te voeren beleid ten aanzien van de taakuitvoering van de politie en het te voeren beheer van de politie voor de eerstkomende vier jaar.

  2. Zodra de hoofdlijnen, bedoeld in het eerste lid, zijn vastgesteld, doen Onze Ministers hiervan mededeling door overlegging ervan aan de Staten-Generaal en door toezending ervan aan de korpsbeheerder politie, de procureur-generaal, de hoofdofficier van justitie en de korpschef.

  3. Op basis en binnen het kader van de hoofdlijnen, bedoeld in het eerste lid, stellen Onze Ministers ten minste eenmaal in de vier jaar doelstellingen vast ter verwezenlijking van voornoemde hoofdlijnen. Voor zover het de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betreft dan wel de vervulling van taken ten dienste van de justitie, wint Onze Minister van Justitie voorafgaand het advies in van de procureur-generaal.

  4. In het beheersplan, bedoeld in artikel 23, wordt aangegeven op welke wijze wordt beoogd de doelstellingen te verwezenlijken.

  5. De resultaten die in het voorafgaande jaar zijn behaald met de verwezenlijking van de doelstellingen, maken deel uit van het jaarplan, bedoeld in artikel 48 van de rijkswet.

  6. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van het derde, vierde en vijfde lid.

01-08-2018 Huidig 01-01-2013 Historisch 01-01-2011 Historisch 11-10-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Er is nog geen eerdere of toekomstige officiële versie gevonden om te vergelijken.

Tekst van deze versie

  1. Onze Ministers stellen ten minste eenmaal in de vier jaar de hoofdlijnen vast met betrekking tot het te voeren beleid ten aanzien van de taakuitvoering van de politie en het te voeren beheer van de politie voor de eerstkomende vier jaar.

  2. Zodra de hoofdlijnen, bedoeld in het eerste lid, zijn vastgesteld, doen Onze Ministers hiervan mededeling door overlegging ervan aan de Staten-Generaal en door toezending ervan aan de korpsbeheerder politie, de procureur-generaal, de hoofdofficier van justitie en de korpschef.

  3. Op basis en binnen het kader van de hoofdlijnen, bedoeld in het eerste lid, stellen Onze Ministers ten minste eenmaal in de vier jaar doelstellingen vast ter verwezenlijking van voornoemde hoofdlijnen. Voor zover het de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betreft dan wel de vervulling van taken ten dienste van de justitie, wint Onze Minister van Justitie voorafgaand het advies in van de procureur-generaal.

  4. In het beheersplan, bedoeld in artikel 23, wordt aangegeven op welke wijze wordt beoogd de doelstellingen te verwezenlijken.

  5. De resultaten die in het voorafgaande jaar zijn behaald met de verwezenlijking van de doelstellingen, maken deel uit van het jaarplan, bedoeld in artikel 48 van de rijkswet.

  6. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van het derde, vierde en vijfde lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Veiligheidswet BES