Tabaks- en rookwarenwet Actueel

Inhoud

§ 8

Verdere bepalingen

Artikel 12a

  1. Degene die waren anders dan in doorvoer buiten Nederland wil brengen, kan Onze Minister verzoeken een verklaring af te geven in verband met door landen van bestemming gestelde eisen.

  2. Onze Minister kan omtrent de uitvoering van de afgifte van verklaringen nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van de verklaringen en de gronden waarop verklaringen kunnen worden geweigerd. Hierbij kunnen voor verschillende categorieën tabaksproducten en aanverwante producten verschillende regels worden gesteld.

Artikel 13

  1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en bindende EU-rechtshandelingen die bij of krachtens deze wet zijn geïmplementeerd zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen.

  2. Indien de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat.

  3. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 13a

  1. De toezichthouders zijn in afwijking van artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van de markttoezichtverordening.

  2. Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

  3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.

  4. De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.

Artikel 13b

  1. De toezichthouders zijn bevoegd om onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, tabaksproducten en aanverwante producten te verkrijgen en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de invulling van hun taak noodzakelijk is. Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

  2. De toezichthoudende ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:

    1. zijn naam of nummer en hoedanigheid;

    2. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;

    3. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;

    4. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres, waar het product is verkregen en, indien de markttoezichtverordening van toepassing is en voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de markttoezichtverordening;

    5. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij het verkrijgen van het product zijn verstrekt;

    6. de wijze waarop en het tijdvak waarin het product is verkregen; en

    7. hetgeen tijdens het onderzoek van het product is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen.

Artikel 13c

Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover een toezichthoudende ambtenaar bijstand verleent aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de markttoezichtverordening uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van de artikelen 22 en 23 van de markttoezichtverordening.

Artikel 13d

  1. Ter uitvoering van de markttoezichtverordening kan Onze Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de markttoezichtverordening, gevormd door een product waarop de tabaksproductenrichtlijn van toepassing is, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan:

    1. degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de markttoezichtverordening, of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing aan eindgebruikers wanneer die zich toegang tot de online interface verschaffen, of;

    2. indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld onder a is voldaan, een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de markttoezichtverordening om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.

  2. Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.

  3. Op grond van het eerste lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.

  4. Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid, is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

  5. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vierde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.

  6. Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste lid, bekend.

  7. Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen aan degene die handelt in strijd met het tweede lid.

Artikel 13e

  1. Onze Minister kan de inbeslagneming van de op grond van artikel 3, eerste lid, en artikel 3a verboden producten gelasten.

  2. Onze Minister wijst de locatie voor opslag van de op grond van het eerste lid inbeslaggenomen producten aan en bepaalt tevens de voorwaarden waaronder die opslag dient te geschieden.

  3. Onze Minister kan de vernietiging van de op grond van artikel 3, eerste lid, en artikel 3a verboden producten gelasten.

  4. De ingevolge artikel 13 aangewezen ambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming als bedoeld in het eerste lid en vernietiging als bedoeld in het derde lid.

  5. De kosten verbonden aan de in het tweede lid bedoelde opslag en de in het derde lid bedoelde vernietiging, zijn voor rekening van de overtreder. Onze Minister kan de in de eerste volzin bedoelde kosten invorderen bij dwangbevel.

Artikel 14

Onze Minister is bevoegd om in het belang van de volksgezondheid en de veiligheid van personen, een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van de regels gesteld bij of krachtens deze wet en artikel 7 van de markttoezichtverordening.

Artikel 15

  1. Van elke krachtens artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht onderzochte zaak wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven ter grootte van het bedrag waarmee haar verkoopwaarde ten gevolge van het onderzoek is verminderd.

  2. De in artikel 13 bedoelde ambtenaren beschikken over de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk en zijn bevoegd uitvoering te geven aan artikel 7, derde lid, van dat uitvoeringsbesluit.

Artikel 17

De in artikel 13 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover dit binnentreden beperkt blijft tot het zich begeven naar en het betreden van de in de woning aanwezige bedrijfsruimten.

Artikel 17a

  1. Indien producenten, importeurs en distributeurs van tabaksproducten en aanverwante producten redenen hebben om aan te nemen dat tabaksproducten of aanverwante producten die bestemd zijn om in de handel te worden gebracht of in de handel zijn gebracht, niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens deze wet bepaalde, nemen zij onmiddellijk de nodige maatregelen om het product in overeenstemming te brengen met de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, dan wel het product uit te handel te nemen of terug te roepen, naargelang het geval.

  2. Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid zich voordoet, stelt de producent, importeur of distributeur onverwijld Onze Minister in kennis, met vermelding van nadere gegevens. De nadere gegevens hebben in elk geval betrekking op het risico voor de menselijke gezondheid en voor de veiligheid en eventuele corrigerende maatregelen die zijn genomen en de resultaten daarvan.

  3. Indien Onze Minister vaststelt of op redelijke gronden vreest dat een specifieke elektronische sigaret of een specifieke navulverpakking, dan wel een bepaald type elektronische sigaret of een bepaald type navulverpakking die voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet, een ernstig risico voor de gezondheid van de mens zou kunnen vormen, kan hij bij ministeriële regeling passende voorlopige maatregelen nemen.

  4. Bij ministeriële regeling kunnen bepaalde categorieën van tabaksproducten, elektronische sigaretten, navulverpakkingen of voor roken bestemde kruidenproducten die voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet, worden verboden, indien dit wordt gerechtvaardigd door de noodzaak de volksgezondheid te beschermen.

Artikel 18

In het belang van de volksgezondheid kunnen voorts bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter uitvoering van een bindende regeling inzake tabaksproducten en aanverwante producten, die krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap tot stand is gekomen.

Artikel 19

  1. Aan degene ten behoeve van wie werkzaamheden worden verricht, kunnen de kosten ten laste worden gebracht die samenhangen met bij of krachtens deze wet voorgeschreven keuringen, controles, nadere controles, beoordelingen, of de ontvangst, verwerking, analyse, opslag en publicatie van bij of krachtens deze wet verstrekte gegevens en bescheiden en met de behandeling van een aanvraag van een document dat Onze Minister bij of krachtens deze wet kan verstrekken.

  2. De bedragen ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:

    1. 1°

      de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden slechts worden uitgevoerd nadat het daarvoor vastgestelde bedrag is voldaan of daarvoor zekerheid is gesteld; en

    2. 2°

      geen werkzaamheden worden verricht indien de betalingsplichtige niet binnen de gegeven betalingstermijn de kosten verschuldigd voor eerdere werkzaamheden op grond van deze wet heeft voldaan.

  3. Onze Minister kan de bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, invorderen bij dwangbevel.

Artikel 19a

  1. Tabaksproducten die niet voldoen aan de tabaksproductenrichtlijn en die vóór 20 mei 2016 zijn geproduceerd of in het vrije verkeer zijn gebracht en geëtiketteerd in overeenstemming met Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (PbEG 2001, L 194), zoals gewijzigd en de tekst luidde op 3 april 2014 mogen tot 20 mei 2017 in de handel worden gebracht.

  2. Voor roken bestemde kruidenproducten die niet voldoen aan de tabaksproductenrichtlijn en die vóór 20 mei 2016 zijn geproduceerd of in het vrije verkeer zijn gebracht, mogen tot 20 mei 2017 in de handel worden gebracht.

Artikel 21

Deze wet wordt aangehaald als: Tabaks- en rookwarenwet.

Artikel 22

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

← terug naar Tabaks- en rookwarenwet