Tabaks- en rookwarenwet Actueel

Inhoud

§ 3

Reclame- en sponsoringbeperkingen

Artikel 5

  1. Elke vorm van reclame of sponsoring is verboden.

  2. Onder dit verbod wordt eveneens begrepen de onder de reikwijdte van de Mediawet 2008 vallende reclameboodschappen, telewinkelboodschappen, sponsoring en productplaatsing voor tabaksproducten of aanverwante producten, inclusief het gebruik maken van namen, (beeld)merken of andere onderscheidende tekens die door hun sterke gelijkenis bij het publiek redelijkerwijs de indruk geven dat het sponsoring door een producent of verkoper van tabaksproducten of aanverwante producten betreft.

  3. Onder dit verbod wordt eveneens begrepen het tonen van te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken, en kan worden bepaald dat dit verbod niet geldt voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten.

  4. In afwijking van het eerste lid is sponsoring van radioprogramma’s toegestaan indien dit geschiedt door ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit niet wordt gevormd door de vervaardiging of de verkoop van tabaksproducten of aanverwante producten.

  5. In afwijking van het eerste lid is reclame toegestaan voor andere producten of diensten met dezelfde naam als een tabaksproduct of aanverwant product, die door eenzelfde onderneming of door verschillende ondernemingen in de handel zijn gebracht of worden aangeboden, indien de naam van die andere producten of diensten reeds te goeder trouw wordt gebruikt voor zowel een tabaksproduct of aanverwant product als voor een ander product of dienst. De naam van een tabaksproduct of aanverwant product wordt alleen gebruikt indien het in een duidelijk andere presentatievorm wordt gebruikt dan die waarin hij voor een tabaksproduct of aanverwant product wordt gebruikt, met uitsluiting van enig ander onderscheidend teken dan naam, merk en symbool, dat reeds voor een tabaksproduct of aanverwant product wordt gebruikt. Dit lid is niet van toepassing op reclameboodschappen, telewinkelboodschappen, sponsoring en productplaatsing die onder de reikwijdte van de Mediawet 2008 vallen.

  6. Het eerste lid geldt evenmin voor:

    1. commerciële mededelingen in de pers en andere gedrukte publicaties, alsmede in diensten van de informatiemaatschappij, die de aanprijzing van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg hebben, en die:

      1. 1°

        uitsluitend bestemd zijn voor personen die werkzaam zijn in de handel in tabaksproducten of aanverwante producten; of

      2. 2°

        worden gedrukt en uitgegeven in, dan wel worden verleend vanuit landen buiten de Europese Economische Ruimte, mits deze niet hoofdzakelijk voor landen binnen de Europese Economische Ruimte bestemd zijn;

    2. uitsluitend voor de koper van tabaksproducten of aanverwante producten bestemde reclame in aangewezen verkooppunten als bedoeld in het derde lid, mits de reclame niet op minderjarigen is gericht en voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen regels.

  7. Iedere uitreiking om niet of tegen een symbolische vergoeding, die het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product ten doel of tot rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg heeft, is verboden.

  8. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het bijzonder voor minderjarigen bestemde goederen en diensten worden aangewezen, die niet bedrijfsmatig mogen worden verstrekt in aangewezen verkooppunten als bedoeld in het derde lid, indien daar reclame voor tabaksproducten of aanverwante producten wordt gemaakt.

  9. Dit artikel is tevens van toepassing op nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik.

Artikel 5a

  1. Het is verboden om voor een tabaksproduct of aanverwant product een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst te gebruiken. Dit verbod geldt niet voor:

    1. een tabaksproduct dat reeds vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was;

    2. een elektronische sigaret of navulverpakking die reeds vóór 20 mei 2016 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was;

    3. een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine, een patroon zonder nicotine of een voor roken bestemd kruidenproduct die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 10 februari 2017 houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was;

    4. een elektronisch verhittingsapparaat dat reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wet van 1 december 2021, houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van elektronische verhittingsapparaten voor tabaksproducten en in verband met de invoering van eisen aan het uiterlijk van tabaksproducten en aanverwante producten (Stb. 2021, 597), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was;

    5. een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat dat reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van 2 oktober 2024 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. 2024, 292), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was.

  2. Het is verboden om voor producten of diensten een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken te gebruiken dat eerder al voor een tabaksproduct of aanverwant product werd gebruikt, tenzij de naam, het merk, het symbool of het andere onderscheidende teken van het product of de dienst in een duidelijk andere vorm dan die van het tabaksproduct of aanverwant product wordt gepresenteerd. Dit verbod geldt niet voor:

    1. een ander product of een andere dienst die reeds vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een tabaksproduct in de handel was;

    2. een ander product of een andere dienst die reeds vóór 20 mei 2016 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret of navulverpakking in de handel was;

    3. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 10 februari 2017 houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine, patroon zonder nicotine of voor roken bestemde kruidenproduct in de handel was;

    4. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wet van 1 december 2021, houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van elektronische verhittingsapparaten voor tabaksproducten en in verband met de invoering van eisen aan het uiterlijk van tabaksproducten en aanverwante producten (Stb. 2021, 597), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronisch verhittingsapparaat in de handel was;

    5. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van 2 oktober 2024 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. 2024, 292), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat in de handel was.

  3. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct te gebruiken voor een aanverwant product. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een tabaksproduct in de handel was.

  4. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een elektronische sigaret, navulverpakking, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat te gebruiken voor een tabaksproduct of voor een voor roken bestemd kruidenproduct. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret, navulverpakking, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat in de handel was.

  5. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine of een patroon zonder nicotine te gebruiken voor een tabaksproduct of voor een voor roken bestemde kruidenproduct. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat reeds vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikellid onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine of navulverpakking zonder nicotine in de handel was.

  6. Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct te gebruiken voor een tabaksproduct, elektronische dampwaar, een elektronisch verhittingsapparaat, een nicotineproduct zonder tabak of een nicotineapparaat. Dit verbod geldt niet voor:

    1. een tabaksproduct dat reeds vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was;

    2. een elektronische sigaret en een navulverpakking die voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was;

    3. een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine en een patroon zonder nicotine, die voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was;

    4. een elektronisch verhittingsapparaat dat voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was;

    5. een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat dat vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van 2 oktober 2024 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. 2024, 292), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was.

Artikel 5b

  1. Op vordering van een rechtspersoon als bedoeld in het derde lid kan reclame of sponsoring, die in strijd is met het bepaalde in de artikelen 5 of 5a, onrechtmatig worden verklaard.

  2. De vordering kan worden ingesteld tegen degene die verantwoordelijk is voor de reclame of sponsoring.

  3. De vordering komt toe aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die tot doel hebben de preventie van roken, het stoppen met roken of de behartiging van de belangen van jongeren, consumenten of niet-rokers.

  4. De eiser is niet ontvankelijk, indien niet blijkt dat hij, alvorens de vordering in te stellen, de verantwoordelijke de gelegenheid heeft geboden om de reclame of de sponsoring te verwijderen, dan wel, als artikel 5, zesde lid, van toepassing is, de reclame of sponsoring zodanig te wijzigen dat de bezwaren die grond voor de vordering zouden opleveren, zijn weggenomen. Een termijn van twee weken na schriftelijke kennisgeving van de bezwaren is daartoe in elk geval voldoende.

Artikel 5c

  1. De rechtbank Rotterdam is bij uitsluiting bevoegd tot kennisneming van vorderingen als bedoeld in artikel 5b.

  2. De in artikel 5b bedoelde rechtspersonen hebben de bevoegdheden, geregeld in de artikelen 285 en 376 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; artikel 379 van dat wetboek is niet van toepassing.

  3. Op vordering van de eiser kan aan de uitspraak worden verbonden:

    1. een verbod van de reclame of de sponsoring;

    2. een gebod tot het verwijderen of doen verwijderen, dan wel tot het wijzigen of doen wijzigen, van de reclame of de sponsoring;

    3. een veroordeling tot het openbaar maken of laten openbaar maken van de uitspraak, zulks op door de rechter te bepalen wijze en op kosten van de door de rechter aan te geven partij of partijen.

  4. De rechter kan in zijn uitspraak aangeven op welke wijze de inbreuk op artikel 5 of 5a wordt weggenomen.

  5. Geschillen ter zake van de tenuitvoerlegging van de in het derde lid bedoelde veroordelingen, alsmede van de veroordeling tot betaling van een dwangsom, zo deze is opgelegd, worden bij uitsluiting door de rechtbank Rotterdam beslist.

← terug naar Tabaks- en rookwarenwet