-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan tabaksproducten, elektronische dampwaar, nicotinehoudende vloeistof en niet-nicotinehoudende vloeistof. De eisen kunnen betrekking hebben op:
maximumemissieniveaus;
ingrediënten; en
technische eisen.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van tabaksproducten en aanverwante producten. De eisen hebben betrekking op:
de aanduidingen op verpakkingseenheden en buitenverpakkingen;
de hoeveelheid of het aantal stuks dat is verpakt;
de presentatie van het product;
de sluiting, vorm, afmetingen en materiaal van de verpakkingseenheid of de buitenverpakking; en
andere elementen van de verpakkingseenheid en de buitenverpakking die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende merken van een tabaksproduct of een aanverwant product.
-
De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld.
-
Afbeeldingen van een verpakkingseenheid of een buitenverpakking die gericht zijn op consumenten in de Europese Economische Ruimte, moeten voldoen aan de eisen gesteld krachtens het tweede lid. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het in de vorige volzin gestelde.
-
De verpakkingseenheid van elektronische dampwaar bevat een bijsluiter. Onze Minister stelt nadere regels over de inhoud van de bijsluiter.
-
Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan het uiterlijk van sigaretten. De eisen kunnen betrekking op:
de kleuren van het product;
de aanduidingen op het product;
de wijze waarop de kleur en de aanduidingen op het product worden aangebracht;
de vormgeving en het materiaal van het product;
de vorm van het product;
de afmeting van het product; en
andere elementen op het product die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende tabaksproducten of aanverwante producten.
-
Bij ministeriële regeling kunnen voorts in het belang van de volksgezondheid eisen worden gesteld aan het uiterlijk van andere tabaksproducten dan sigaretten, en aan aanverwante producten. Het zesde lid, tweede zin en onderdelen a tot en met g, is van toepassing.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineproducten zonder tabak. Het eerste lid, tweede zin en onderdelen a tot en met c, is van toepassing.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineapparaten. Het eerste lid, tweede zin en onderdeel c, is van toepassing.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot een product al dan niet aan de daaraan krachtens het eerste, achtste of negende lid gestelde eisen is voldaan.
Tabaks- en rookwarenwet Actueel
Inhoud
§ 2
Artikel 3
-
Het is verboden om nicotinehoudende vloeistof, niet-nicotinehoudende vloeistof, tabaksproducten en aanverwante producten in de handel te brengen, indien die producten niet aan de krachtens artikel 2, eerste, tweede en vijfde tot en met negende lid, gestelde eisen voldoen.
-
Het is verboden om nieuwe of gewijzigde tabaksproducten en aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten en nicotineproducten zonder tabak, in de handel te brengen indien ten aanzien van deze producten niet is voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens artikel 3b.
Artikel 3a
Het is verboden tabak voor oraal gebruik of nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik in de handel te brengen.
Artikel 3b
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de door producenten en importeurs van tabaksproducten en aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten, in te dienen gegevens bij Onze Minister of bij de Europese Commissie. Voor producenten en importeurs van verschillende tabaksproducten en aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten, kunnen verschillende regels worden gesteld. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
de inhoud van de in te dienen gegevens;
het tijdstip en de wijze waarop de gegevens worden ingediend;
de uit te voeren studies en proeven en de beoordeling daarvan door een onafhankelijke wetenschappelijke instantie; en
de bij te voegen bescheiden.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen kleine en middelgrote ondernemingen als bedoeld in de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124) worden vrijgesteld van de verplichting tot het uitvoeren van studies, indien een andere producent of importeur de studie heeft uitgevoerd en daarover een verslag heeft opgesteld.
-
Onze Minister draagt op een door hem te bepalen wijze zorg voor openbaarmaking van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen in te dienen bescheiden en gegevens. Bij de openbaarmaking houdt Onze Minister naar behoren rekening met de noodzaak om bedrijfsgeheimen te beschermen.
-
Ingediende gegevens en bescheiden kunnen door Onze Minister met de Europese Commissie of de andere staten van de Europese Economische Ruimte worden gedeeld.
-
Indien een producent van een tabaksproduct of aanverwant product in Nederland is gevestigd, berust de verplichting om de gegevens in te dienen in eerste plaats bij de producent. Indien de importeur in Nederland en de producent buiten Europese Economische Ruimte is gevestigd, berust de verplichting om gegevens in te dienen in de eerste plaats bij de importeur. Indien de producent en de importeur beiden buiten Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, zijn zij hoofdelijk verplicht de gegevens in te dienen.
Artikel 3c
-
Tabaksproducenten en -importeurs zijn verplicht medewerking te verlenen aan door Onze Minister ingestelde, aangewezen of goedgekeurde metingen en onderzoekingen, die tot doel hebben na te gaan wat het maximumemissieniveau is van teer, nicotine, koolmonoxide en andere stoffen die tabaksproducten, opgesplitst naar merk en type per eenheid product, voortbrengen, alsook om de gevolgen van deze andere stoffen voor de gezondheid na te gaan, daarbij onder meer rekening houdend met het inherente gevaar van afhankelijkheid.
-
De metingen en onderzoekingen voor de maximumemissieniveaus van teer, nicotine en koolmonoxide worden geverifieerd door laboratoria die zijn erkend door en onder toezicht staan van Onze Minister.
-
De resultaten van de metingen en onderzoekingen worden jaarlijks aan Onze Minister overgelegd of zo veel minder frequent als bij regeling van Onze Minister is bepaald.
-
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het eerste, tweede en derde lid.
-
Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bindende besluiten van een instelling van de Europese Unie metingen en onderzoekingen van maximumemissieniveaus worden aangewezen die worden geverifieerd door laboratoria die zijn erkend en onder toezicht staan van Onze Minister.
Artikel 3d
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de erkenning van laboratoria, die metingen en onderzoekingen als bedoeld in artikel 3c verrichten.
Artikel 3e
-
Producenten, importeurs en distributeurs van aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten, zetten een systeem op voor het vergaren van informatie over alle vermoedelijke schadelijke effecten van deze producten op de menselijke gezondheid. De producenten, importeurs en distributeurs van deze producten houden dit systeem bij.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.