Tabaks- en rookwarenwet

Inhoud

Artikel 2 Tabaks- en rookwarenwet – Wettekst

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2025.

Officiële wettekst historische versie

  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan tabaksproducten, elektronische dampwaar, nicotinehoudende vloeistof en niet-nicotinehoudende vloeistof. De eisen kunnen betrekking hebben op:

    1. maximumemissieniveaus;

    2. ingrediënten; en

    3. technische eisen.

  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van tabaksproducten en aanverwante producten. De eisen hebben betrekking op:

    1. de aanduidingen op verpakkingseenheden en buitenverpakkingen;

    2. de hoeveelheid of het aantal stuks dat is verpakt;

    3. de presentatie van het product;

    4. de sluiting, vorm, afmetingen en materiaal van de verpakkingseenheid of de buitenverpakking; en

    5. andere elementen van de verpakkingseenheid en de buitenverpakking die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende merken van een tabaksproduct of een aanverwant product.

  3. De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld.

  4. Afbeeldingen van een verpakkingseenheid of een buitenverpakking die gericht zijn op consumenten in de Europese Economische Ruimte, moeten voldoen aan de eisen gesteld krachtens het tweede lid. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het in de vorige volzin gestelde.

  5. De verpakkingseenheid van elektronische dampwaar bevat een bijsluiter. Onze Minister stelt nadere regels over de inhoud van de bijsluiter.

  6. Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan het uiterlijk van sigaretten. De eisen kunnen betrekking op:

    1. de kleuren van het product;

    2. de aanduidingen op het product;

    3. de wijze waarop de kleur en de aanduidingen op het product worden aangebracht;

    4. de vormgeving en het materiaal van het product;

    5. de vorm van het product;

    6. de afmeting van het product; en

    7. andere elementen op het product die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende tabaksproducten of aanverwante producten.

  7. Bij ministeriële regeling kunnen voorts in het belang van de volksgezondheid eisen worden gesteld aan het uiterlijk van andere tabaksproducten dan sigaretten, en aan aanverwante producten. Het zesde lid, tweede zin en onderdelen a tot en met g, is van toepassing.

  8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineproducten zonder tabak. Het eerste lid, tweede zin en onderdelen a tot en met c, is van toepassing.

  9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineapparaten. Het eerste lid, tweede zin en onderdeel c, is van toepassing.

  10. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot een product al dan niet aan de daaraan krachtens het eerste, achtste of negende lid gestelde eisen is voldaan.

Historische versies

01-07-2026 Historisch 12-07-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 13-11-2024 Historisch 06-11-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 05-10-2023 Historisch 19-04-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 09-03-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-10-2020 Historisch 01-07-2020 Historisch 23-01-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-07-2022

Tekst van deze versie

  1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan tabaksproducten, elektronische dampwaar, nicotinehoudende vloeistof en niet-nicotinehoudende vloeistofvloeistof. metDe eisen kunnen betrekking tothebben maximumemissieniveaus en ingrediënten en worden technische eisen gesteld, en kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot een product al dan niet aan de daaraan gestelde eisen is voldaan.op:

    1. maximumemissieniveaus;
    2. ingrediënten; en
    3. technische eisen.
  2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van tabaksproducten en aanverwante producten. De eisen hebben betrekking op:

    1. de aanduidingen op verpakkingseenheden en buitenverpakkingen;

    2. de hoeveelheid of het aantal stuks dat is verpakt;

    3. de presentatie van het product;

    4. de sluiting, vorm, afmetingen en materiaal van de verpakkingseenheid of de buitenverpakking; en

    5. andere elementen van de verpakkingseenheid en de buitenverpakking die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende merken van een tabaksproduct of een aanverwant product.

  3. De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld.

  4. Afbeeldingen van een verpakkingseenheid of een buitenverpakking die gericht zijn op consumenten in de Europese Economische Ruimte, moeten voldoen aan de eisen gesteld krachtens het tweede lid. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het in de vorige volzin gestelde.

  5. De verpakkingseenheid van elektronische dampwaar bevat een bijsluiter. Onze Minister stelt nadere regels over de inhoud van de bijsluiter.

  6. Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan het uiterlijk van sigaretten. De eisen kunnen betrekking op:

    1. de kleuren van het product;

    2. de aanduidingen op het product;

    3. de wijze waarop de kleur en de aanduidingen op het product worden aangebracht;

    4. de vormgeving en het materiaal van het product;

    5. de vorm van het product;

    6. de afmeting van het product; en

    7. andere elementen op het product die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende tabaksproducten of aanverwante producten.

  7. Bij ministeriële regeling kunnen voorts in het belang van de volksgezondheid eisen worden gesteld aan het uiterlijk van andere tabaksproducten dan sigaretten, en aan aanverwante producten. Het zesde lid, tweede zin en onderdelen a tot en met g, is van toepassing.

  8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineproducten zonder tabak. Het eerste lid, tweede zin en onderdelen a tot en met c, is van toepassing.
  9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineapparaten. Het eerste lid, tweede zin en onderdeel c, is van toepassing.
  10. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot een product al dan niet aan de daaraan krachtens het eerste, achtste of negende lid gestelde eisen is voldaan.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Tabaks- en rookwarenwet