Mededingingswet Laatste controle 29-05-2026, laatste wijziging 26-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De Autoriteit Consument en Markt
Hoofdstuk 3 Mededingingsafspraken
§ 1 Verbod van mededingingsafspraken
§ 2 Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
§ 2a Uitzondering in verband met het gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid
§ 3 Vrijstellingen
§ 4 Ontheffingen
Hoofdstuk 4 Economische machtsposities
§ 1 Verbod van misbruik van economische machtsposities
§ 2 Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
Hoofdstuk 4a Financiële transparantie binnen bepaalde ondernemingen
Hoofdstuk 4b Overheden en overheidsbedrijven
Hoofdstuk 5 Concentraties
Hoofdstuk 5a Toezeggingsbesluit
Hoofdstuk 5b Gebruik van gegevens door partijen
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden in het kader van toezicht
Hoofdstuk 7 Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
Hoofdstuk 8 Overige overtredingen
§ 1 Overtredingen medewerkingsplicht
§ 1a Overtreding verplichtingen inzake financiële transparantie
§ 1b Overtreding verzegeling
§ 1c Overtredingen van verplichtingen aangaande overheden en overheidsbedrijven
§ 2 Overtredingen concentratietoezicht
§ 2a Overtreding toezeggingsbesluit
§ 2b Overtreding gebruik van gegevens
§ 3 Procedure
Hoofdstuk 9 Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 10 Europese mededingingsregels
Hoofdstuk 11 Gebruik van gegevens
Hoofdstuk 12 Rechtsbescherming
Hoofdstuk 12a Bijdragen
Hoofdstuk 13 Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 15 Slotbepalingen

§ 3

Vrijstellingen

Artikel 12

Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor krachtens een verordening van de Raad van de Europese Unie of een verordening van de Europese Commissie artikel 101, eerste lid, van het Verdrag buiten toepassing is verklaard.

Artikel 13

  1. Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die de handel tussen de lid-staten van de Europese Unie niet ongunstig kunnen beïnvloeden of waardoor de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet wordt verhinderd, beperkt of vervalst doch die, indien dat wel het geval zou zijn, zouden zijn vrijgesteld krachtens een verordening als bedoeld in artikel 12.

  2. De Autoriteit Consument en Markt kan op een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van ondernemingen waarop krachtens het eerste lid artikel 6, eerste lid, niet van toepassing is, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing verklaren, indien zich omstandigheden voordoen als die welke krachtens de desbetreffende verordening kunnen leiden tot de buitentoepassingverklaring van die verordening.

  3. Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

  4. De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 14

Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen waarvoor een op grond van artikel 101, derde lid, van het Verdrag verleende ontheffing geldt.

Artikel 15

  1. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, zo nodig onder voorschriften en beperkingen, dat artikel 6, eerste lid, niet geldt voor in die maatregel omschreven categorieën van overeenkomsten, besluiten en gedragingen als bedoeld in dat artikel, die bijdragen tot verbetering van de produktie of van de distributie of tot bevordering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen

    1. beperkingen op te leggen die voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn, of

    2. de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen en diensten de mededinging uit te schakelen.

  2. In een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de Autoriteit Consument en Markt op een overeenkomst, besluit of gedraging waarvoor krachtens die maatregel artikel 6, eerste lid, niet geldt, bij beschikking alsnog artikel 6, eerste lid, van toepassing kan verklaren, indien wordt voldaan aan de in die algemene maatregel van bestuur genoemde vereisten.

  3. Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

  4. De beschikking treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 16

Artikel 6, eerste lid, geldt niet voor:

  1. een collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst,

  2. een overeenkomst in een bedrijfstak tussen een of meer werkgeversorganisaties en een of meer werknemersorganisaties uitsluitend met betrekking tot pensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet,

  3. een overeenkomst of besluit van een organisatie van beoefenaren van een vrij beroep houdende uitsluitend de deelname aan een beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, indien overeenkomstig artikel 5 van die wet, met betrekking tot een zodanige regeling een verzoek is ingediend tot verplichtstelling door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het verzoek niet is afgewezen.

← terug naar Mededingingswet