Mededingingswet

Inhoud
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 De Autoriteit Consument en Markt
Hoofdstuk 3 Mededingingsafspraken
§ 1 Verbod van mededingingsafspraken
§ 2 Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
§ 2a Uitzondering in verband met het gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid
§ 3 Vrijstellingen
§ 4 Ontheffingen
Hoofdstuk 4 Economische machtsposities
§ 1 Verbod van misbruik van economische machtsposities
§ 2 Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
Hoofdstuk 4a Financiële transparantie binnen bepaalde ondernemingen
Hoofdstuk 4b Overheden en overheidsbedrijven
Hoofdstuk 5 Concentraties
Hoofdstuk 5a Toezeggingsbesluit
Hoofdstuk 5b Gebruik van gegevens door partijen
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden in het kader van toezicht
Hoofdstuk 7 Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
Hoofdstuk 8 Overige overtredingen
§ 1 Overtredingen medewerkingsplicht
§ 1a Overtreding verplichtingen inzake financiële transparantie
§ 1b Overtreding verzegeling
§ 1c Overtredingen van verplichtingen aangaande overheden en overheidsbedrijven
§ 2 Overtredingen concentratietoezicht
§ 2a Overtreding toezeggingsbesluit
§ 2b Overtreding gebruik van gegevens
§ 3 Procedure
Hoofdstuk 9 Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 10 Europese mededingingsregels
Hoofdstuk 11 Gebruik van gegevens
Hoofdstuk 12 Rechtsbescherming
Hoofdstuk 12a Bijdragen
Hoofdstuk 13 Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14 Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 15 Slotbepalingen

Artikel 1

HISTORISCH

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  2. Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

  3. vervallen;

  4. Verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  5. overeenkomst: een overeenkomst in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  6. onderneming: een onderneming in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  7. ondernemersvereniging: een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  8. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  9. economische machtspositie: positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen;

  10. vervallen;

  11. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1);

  12. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24);

  13. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen k en l;

  14. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten;

  15. richtlijn (EU) 2019/1: richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt (PbEU 2019, L 11).

01-09-2025 Huidig 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 18-02-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 18-02-2021.

Tekst van deze versie

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  2. Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

  3. vervallen;

  4. Verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  5. overeenkomst: een overeenkomst in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  6. onderneming: een onderneming in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  7. ondernemersvereniging: een ondernemersvereniging in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  8. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag;

  9. economische machtspositie: positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen;

  10. vervallen;

  11. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1);

  12. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24);

  13. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen k en l;

  14. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten;

  15. richtlijn (EU) 2019/1: richtlijn (EU) 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt (PbEU 2019, L 11).

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Mededingingswet