-
Indien ter zake van hetzelfde voorwerp van de belasting of hetzelfde belastbare feit twee of meer personen belastingplichtig zijn, kan de belastingaanslag ten name van een van hen worden gesteld.
-
Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid, voortvloeit uit het genot van een onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen is gesteld, kan de met de invordering van gemeentelijke belastingen belaste gemeenteambtenaar de belastingaanslag op de gehele onroerende zaak verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige belastingplichtigen.
-
De belastingschuldige die de belastingaanslag heeft voldaan kan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn belastingplicht verhalen op de overige belastingplichtigen naar evenredigheid van ieders belastingplicht.
-
Tegen een met toepassing van het eerste lid vastgestelde belastingaanslag kan mede beroep bij de rechtbank worden ingesteld door de belastingplichtige wiens naam niet op het aanslagbiljet staat vermeld. Artikel 26a, derde lid, van de Algemene wet is van overeenkomstige toepassing.
-
Van het derde lid kan bij overeenkomst worden afgeweken.
Inhoud
Titel II De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
Hoofdstuk I Algemene bepaling
Hoofdstuk II De raad
Hoofdstuk III Het college van burgemeester en wethouders
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 36a
- Artikel 36b
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 40
- Artikel 41
- Artikel 41a
- Artikel 41b
- Artikel 41c
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 44a
- Artikel 44b
- Artikel 44c
- Artikel 44d
- Artikel 44e
- Artikel 44f
- Artikel 44g
- Artikel 44h
- Artikel 44i
- Artikel 44j
- Artikel 45
- Artikel 45a
- Artikel 45b
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 53a
- Artikel 54
- Artikel 56
- Artikel 57
- Artikel 58
- Artikel 59
- Artikel 59a
- Artikel 60
Hoofdstuk IV De burgemeester
Hoofdstuk IVa De rekenkamer
Paragraaf 1 De gemeentelijke rekenkamer
Paragraaf 2 De gemeenschappelijke rekenkamer
Hoofdstuk IVc De ombudsman
Paragraaf 1 Algemene bepaling
Paragraaf 2 De gemeentelijke ombudsman
Paragraaf 3 De gemeentelijke ombudscommissie
Paragraaf 4 De gezamenlijke ombudsman en de gezamenlijke ombudscommissie
Hoofdstuk V De commissies
Hoofdstuk Va Geheimhouding
Hoofdstuk VI Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de raad en de commissies
Hoofdstuk VII De secretaris en de griffier
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2 De secretaris
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk VIII Algemene bepalingen
Hoofdstuk IX De bevoegdheid van de raad
- Artikel 147
- Artikel 147a
- Artikel 147b
- Artikel 149
- Artikel 149a
- Artikel 150
- Artikel 151a
- Artikel 151b
- Artikel 151c
- Artikel 151d
- Artikel 154
- Artikel 154a
- Artikel 154b
- Artikel 154c
- Artikel 154d
- Artikel 154e
- Artikel 154k
- Artikel 154l
- Artikel 154m
- Artikel 154n
- Artikel 155
- Artikel 155a
- Artikel 155b
- Artikel 155c
- Artikel 155d
- Artikel 155e
- Artikel 155f
- Artikel 155g
- Artikel 155h
- Artikel 156
- Artikel 157
- Artikel 158
Hoofdstuk X De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Hoofdstuk XIa De bevoegdheid van de rekenkamer
Titel IV De financiën van de gemeente
Hoofdstuk XII Algemene bepalingen
Hoofdstuk XIII De begroting en de jaarrekening
Hoofdstuk XIV De administratie en de controle
Hoofdstuk XV De gemeentelijke belastingen
Titel V Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
Hoofdstuk XVI Goedkeuring
Hoofdstuk XVII Schorsing en vernietiging
Titel VII Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet
Artikel 253
Actueel
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.