1. Ter zake van binnen de gemeente gelegen woningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Leegstandwet die voor een langere periode dan twaalf maanden leegstaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van die wet, kan door de gemeente, onder de naam leegstandbelasting, een belasting worden geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar van deze woningen het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

  2. De heffingsmaatstaf voor de leegstandbelasting wordt vastgesteld door de gemeente.