1. De invordering vindt plaats met overeenkomstige toepassing van de wettelijke bepalingen inzake invordering van gemeentelijke belastingen.

  2. In afwijking van het eerste lid:

    1. vindt kwijtschelding wegens onvermogen tot betalen niet plaats; en

    2. verjaart de bevoegdheid tot invordering van de geldsom twee jaren nadat de bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.