-
De opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, zorgt ervoor dat het slachtoffer, tijdens of zo spoedig mogelijk na het eerste contact, een tijdige en individuele beoordeling krijgt om specifieke beschermingsbehoeften te onderkennen en om te bepalen of en in welke mate het slachtoffer tijdens het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen van bijzondere maatregelen gebruik moet kunnen maken, gelet op zijn bijzondere kwetsbaarheid voor secundaire en herhaalde victimisatie, voor intimidatie en voor vergelding.
-
De individuele beoordeling houdt in het bijzonder rekening met:
de persoonlijke kenmerken van het slachtoffer;
het soort strafbaar feit of de aard van het strafbare feit, en
de omstandigheden van het strafbare feit.
-
Bij de individuele beoordeling wordt bijzondere aandacht besteed aan:
slachtoffers die aanzienlijke schade hebben geleden als gevolg van de ernst van het strafbare feit;
slachtoffers van strafbare feiten die zijn ingegeven door vooroordelen of discriminatie die in het bijzonder verband kunnen houden met hun persoonlijke kenmerken;
slachtoffers wier relatie met en afhankelijkheid van de verdachte of veroordeelde hen bijzonder kwetsbaar maken.
-
De omvang en gedetailleerdheid van de individuele beoordeling is afhankelijk van de ernst van het strafbare feit en de schade die het slachtoffer kennelijk heeft geleden.
-
Het slachtoffer wordt nauw bij de individuele beoordeling betrokken. Tevens worden zijn wensen in overweging genomen, waaronder de wens om geen aanspraak te maken op bijzondere maatregelen, als bedoeld in artikel 11, 12 en 14.
-
De individuele beoordeling wordt gedurende het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen zo nodig aangepast aan de actuele situatie.
-
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven betreffende de toepassing van de individuele beoordeling.
Besluit slachtoffers van strafbare feiten Laatste controle 14-05-2026, laatste wijziging 20-04-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 1 Definities
Hoofdstuk 2 Instellingen voor slachtofferhulp
Hoofdstuk 3 Informatie over rechten en voorzieningen
Hoofdstuk 4 Maatregelen tot bescherming
Hoofdstuk 5 Individuele beoordeling, specifieke beschermingsbehoeften, bijzondere maatregelen en minderjarigen
Hoofdstuk 6 Herstelrechtvoorzieningen
Hoofdstuk 7 Inwerkingtreding en citeertitel
Hoofdstuk 5
Artikel 11
Tijdens het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting kunnen de volgende maatregelen worden genomen voor het overeenkomstig artikel 10, eerste lid, geïdentificeerde slachtoffer met specifieke beschermingsbehoeften:
het verhoor van het slachtoffer wordt gedaan in een daarvoor ontworpen of aangepaste ruimte;
het verhoor van het slachtoffer wordt gedaan door of via personen die daarvoor professioneel zijn opgeleid;
alle verhoren van het slachtoffer worden gedaan door dezelfde personen, tenzij dit indruist tegen de goede rechtsbedeling;
alle verhoren van het slachtoffer van seksueel geweld, gender-gerelateerd geweld of geweld in hechte relaties worden, tenzij hij door een officier van justitie of een rechter wordt ondervraagd, indien het slachtoffer dat wenst, gedaan door een persoon van hetzelfde geslacht als het slachtoffer, mits dit geen afbreuk doet aan het verloop van het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting.
Artikel 12
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting kunnen de volgende maatregelen worden genomen voor het overeenkomstig artikel 10, eerste lid, geïdentificeerde slachtoffer met specifieke beschermingsbehoeften:
tussen slachtoffer en verdachten, onder meer tijdens het afleggen van een getuigenverklaring, kan geen oogcontact plaatsvinden, doordat gebruik wordt gemaakt van passende middelen, waaronder communicatietechnologie overeenkomstig artikel 131a van de wet en artikel 78a van het Wetboek van Strafrecht;
het slachtoffer kan in de rechtszaal worden gehoord zonder daar aanwezig te zijn, in het bijzonder door middel van geschikte communicatietechnologie overeenkomstig artikel 131a van de wet en artikel 78a van het Wetboek van Strafrecht;
de rechter beveelt behandeling met gesloten deuren overeenkomstig artikel 269 van de wet.
Artikel 13
-
Minderjarige slachtoffers worden beschouwd als slachtoffers met specifieke beschermingsbehoeften. Zij krijgen een individuele beoordeling als bedoeld in artikel 10, eerste lid, teneinde te bepalen of en in welke mate zij in aanmerking komen voor bijzondere maatregelen, als bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14.
-
Indien er onzekerheid bestaat over de leeftijd van een slachtoffer en er voldoende reden is om aan te nemen dat het slachtoffer minderjarig is, dan wordt het slachtoffer voor de toepassing van dit besluit verondersteld minderjarig te zijn.
Artikel 14
Als het slachtoffer minderjarig is dan kunnen, naast de maatregelen bedoeld in artikel 11, de volgende maatregelen worden getroffen, voor het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting:
van elke ondervraging van het minderjarige slachtoffer wordt een audiovisuele opname gemaakt, die overeenkomstig de wet, in het bijzonder de artikelen 338 tot en met 344a, in het strafproces als bewijsmiddel kan worden gebruikt;
indien er een belangenconflict is tussen de uitoefenaren van het ouderlijk gezag of de voogdij en het minderjarige slachtoffer wordt artikel 250 in samenhang met artikel 247, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig toegepast;
indien er een belangenconflict is of kan bestaan tussen het minderjarige slachtoffer en de personen die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefenen, komt het recht op bijstand en op vertegenwoordiging door een advocaat toe aan het minderjarige slachtoffer, overeenkomstig artikel 51c, tweede en derde lid van de wet.
Artikel 15
-
Bij het horen van een minderjarig slachtoffer worden de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de minderjarige op passende wijze in aanmerking genomen.
-
Het minderjarige slachtoffer of zijn wettelijk vertegenwoordiger of bijzondere curator, als bedoeld in artikel 250 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, worden geïnformeerd over alle rechten en maatregelen die specifiek verband houden met het minderjarige slachtoffer.
Artikel 16
-
De maatregelen bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 worden alleen genomen indien hierdoor de rechten van de verdediging niet worden geschaad.
-
Van een maatregel bedoeld in de artikelen 11 en 12, onder a en b, kan worden afgezien als:
deze wegens operationele of praktische beperkingen niet realiseerbaar is, of
het noodzakelijk is het slachtoffer dringend te ondervragen en
het slachtoffer zelf of een derde schade kan lijden of afbreuk kan worden gedaan aan de rechtsgang, indien het ondervragen wordt uitgesteld of achterwege blijft.
-
De maatregelen bedoeld in de artikelen 11, 12 en 14 kunnen worden genomen, naast andere beschikbare maatregelen.