Besluit slachtoffers van strafbare feiten

Inhoud
Hoofdstuk 1 Definities
Hoofdstuk 2 Instellingen voor slachtofferhulp
Hoofdstuk 3 Informatie over rechten en voorzieningen
Hoofdstuk 4 Maatregelen tot bescherming
Hoofdstuk 5 Individuele beoordeling, specifieke beschermingsbehoeften, bijzondere maatregelen en minderjarigen
Hoofdstuk 6 Herstelrechtvoorzieningen
Hoofdstuk 7 Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 10

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2022.
  1. De opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, zorgt ervoor dat het slachtoffer, tijdens of zo spoedig mogelijk na het eerste contact, een tijdige en individuele beoordeling krijgt om specifieke beschermingsbehoeften te onderkennen en om te bepalen of en in welke mate het slachtoffer tijdens het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen van bijzondere maatregelen gebruik moet kunnen maken, gelet op zijn bijzondere kwetsbaarheid voor secundaire en herhaalde victimisatie, voor intimidatie en voor vergelding.

  2. De individuele beoordeling houdt in het bijzonder rekening met:

    1. de persoonlijke kenmerken van het slachtoffer;

    2. het soort strafbaar feit of de aard van het strafbare feit, en

    3. de omstandigheden van het strafbare feit.

  3. Bij de individuele beoordeling wordt bijzondere aandacht besteed aan:

    1. slachtoffers die aanzienlijke schade hebben geleden als gevolg van de ernst van het strafbare feit;

    2. slachtoffers van strafbare feiten die zijn ingegeven door vooroordelen of discriminatie die in het bijzonder verband kunnen houden met hun persoonlijke kenmerken;

    3. slachtoffers wier relatie met en afhankelijkheid van de verdachte of veroordeelde hen bijzonder kwetsbaar maken.

  4. De omvang en gedetailleerdheid van de individuele beoordeling is afhankelijk van de ernst van het strafbare feit en de schade die het slachtoffer kennelijk heeft geleden.

  5. Het slachtoffer wordt nauw bij de individuele beoordeling betrokken. Tevens worden zijn wensen in overweging genomen, waaronder de wens om geen aanspraak te maken op bijzondere maatregelen, als bedoeld in artikel 11, 12 en 14.

  6. De individuele beoordeling wordt gedurende het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen zo nodig aangepast aan de actuele situatie.

  7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven betreffende de toepassing van de individuele beoordeling.

01-07-2022 Huidig 01-07-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2021.

Tekst van deze versie

  1. De opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, zorgt ervoor dat het slachtoffer, tijdens of zo spoedig mogelijk na het eerste contact, een tijdige en individuele beoordeling krijgt om specifieke beschermingsbehoeften te onderkennen en om te bepalen of en in welke mate het slachtoffer tijdens het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen van bijzondere maatregelen gebruik moet kunnen maken, gelet op zijn bijzondere kwetsbaarheid voor secundaire en herhaalde victimisatie, voor intimidatie en voor vergelding.

  2. De individuele beoordeling houdt in het bijzonder rekening met:

    1. de persoonlijke kenmerken van het slachtoffer;

    2. het soort strafbaar feit of de aard van het strafbare feit, en

    3. de omstandigheden van het strafbare feit.

  3. Bij de individuele beoordeling wordt bijzondere aandacht besteed aan:

    1. slachtoffers die aanzienlijke schade hebben geleden als gevolg van de ernst van het strafbare feit;

    2. slachtoffers van strafbare feiten die zijn ingegeven door vooroordelen of discriminatie die in het bijzonder verband kunnen houden met hun persoonlijke kenmerken;

    3. slachtoffers wier relatie met en afhankelijkheid van de verdachte of veroordeelde hen bijzonder kwetsbaar maken.

  4. De omvang en gedetailleerdheid van de individuele beoordeling is afhankelijk van de ernst van het strafbare feit en de schade die het slachtoffer kennelijk heeft geleden.

  5. Het slachtoffer wordt nauw bij de individuele beoordeling betrokken. Tevens worden zijn wensen in overweging genomen, waaronder de wens om geen aanspraak te maken op bijzondere maatregelen, als bedoeld in artikel 11, 12 en 14.

  6. De individuele beoordeling wordt gedurende het strafproces en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen zo nodig aangepast aan de actuele situatie.

  7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven betreffende de toepassing van de individuele beoordeling.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Besluit slachtoffers van strafbare feiten