Besluit bouwwerken leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 6.2.1

Voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand

Artikel 6.11

De regels in deze paragraaf zijn op een gebruiksfunctie van toepassing voor zover deze in tabel 6.11 voor die gebruiksfunctie zijn aangewezen.

Tabel 6.11

gebruiksfunctie

leden van toepassing

verbod op roken en open vuur

vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel

aankleding

brandveiligheid

inrichtingselementen

vluchtroute woongebouw

brandveilig gebruik grote

brandcompartimenten

behandeling constructieonderdeel

overgangsrecht: aankleding

artikel

6.12

6.13

6.14

6.15

6.15a

6.16

6.17

6.18

lid

1

2

*

1

2

3

4

5

1

2

3

1

2

3

*

*

*

1

Woonfunctie

1

*

1

2

4

5

1

2

3

1

2

3

*

*

2

Industriefunctie

a

lichte industriefunctie voor het houden van dieren

1

2

*

3

4

1

2

*

*

*

b

andere industriefunctie

1

2

*

1

2

4

1

2

*

*

3

Logiesfunctie

a

in een logiesgebouw

1

2

*

1

2

4

1

2

*

*

b

andere logiesfunctie

1

2

*

1

2

4

5

1

2

3

*

*

Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties

1

2

*

1

2

4

1

2

*

*

Artikel 6.12

  1. Het is verboden te roken of open vuur te hebben:

    1. in een ruimte die is bestemd voor de opslag van een brandgevaarlijke stof;

    2. bij het verrichten van een handeling die het uitstromen van een brandgevaarlijke stof kan veroorzaken; en

    3. bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandgevaarlijke stof.

  2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt goed zichtbaar aangegeven door het aanbrengen van een gestandaardiseerd symbool als bedoeld in NEN 3011.

Artikel 6.13

Een zelfsluitend constructieonderdeel als bedoeld in de artikelen 3.123, eerste lid, en 4.218, eerste lid, mag niet in geopende stand zijn vastgezet tenzij het constructieonderdeel bij brand en bij rook door brand automatisch wordt losgelaten.

Artikel 6.14

  1. Aankleding in een besloten ruimte mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is in ieder geval niet aanwezig als de aankleding:

    1. een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert;

    2. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;

    3. voldoet aan brandklasse A1 bedoeld in NEN-EN 13501-1;

    4. voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen, bedoeld in de paragrafen 3.2.7 en 4.2.7; of

    5. een navlamduur heeft van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden.

  2. Bij een besloten ruimte voor het verblijven of vluchten van meer dan 50 personen, of voor een besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute of een beschermde route voert, is het eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing, als de aankleding:

    1. zich bevindt boven een gedeelte van de vloer waar zich personen kunnen bevinden;

    2. de verticale vrije ruimte tussen de vloer en de aankleding minder dan 2,5 m is; en

    3. niet rechtstreeks op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht.

  3. Aankleding in een besloten ruimte die niet rechtstreeks op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is in ieder geval niet aanwezig als de aankleding:

    1. een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert;

    2. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;

    3. voldoet aan brandklasse A1, bedoeld in NEN-EN 13501-1; of

    4. voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen, bedoeld in de paragrafen 3.2.7 en 4.2.7.

  4. Aankleding ter plaatse van of nabij apparatuur en installaties die warmte ontwikkelen voldoet aan brandklasse A1, bedoeld in NEN-EN 13501-1, of is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, als:

    1. op de aankleding een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m2; of

    2. in de aankleding een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C.

  5. Het eerste, tweede en vierde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte.

Artikel 6.15

  1. In een voor publiek toegankelijke ruimte opgestelde stands, kramen, schappen, podia en daarmee vergelijkbare inrichtingselementen zijn brandveilig.

  2. Aan het in het eerste lid gestelde is in ieder geval voldaan als een naar de lucht gekeerd onderdeel van het inrichtingselement:

    1. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;

    2. voldoet aan brandklasse A1, bedoeld in NEN-EN 13501-1;

    3. een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan brandklasse D, bedoeld in NEN-EN 13501-1;

    4. een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan klasse 4, bedoeld in NEN 6065; of

    5. een dikte heeft van minder dan 3,5 mm en over de volle oppervlakte is verlijmd met een onderdeel als bedoeld onder c of d.

  3. Het eerste en tweede lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte.

Artikel 6.15a

  1. In een gemeenschappelijk verkeersruimte van een woongebouw waardoor een vluchtroute voert zijn geen brandgevaarlijke objecten aanwezig. Onder brandgevaarlijke objecten worden in ieder geval verstaan:

    1. meubilair;

    2. fietsen en scootmobielen;

    3. afvalstoffen en kratten; en

    4. decoratie.

  2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a en d, is meubilair en decoratie toegestaan als het:

    1. van metaal, steenachtig materiaal of glas is;

    2. materiaal dat onbrandbaar is volgens NEN 6064; of

    3. materiaal dat voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1.

  3. Het is eerste lid is niet van toepassing op:

    1. objecten voor bewegwijzering en informatie aan de bewoners;

    2. een foto, een schilderij of een andere afbeelding met een oppervlakte van ten hoogste 0,5 m2 bij de toegang van een woning; en

    3. een deurmat met een oppervlakte van ten hoogste 0,5 m2 bij de toegang van een woning.

Artikel 6.16

Als bij de toepassing van artikel 4.51, eerste lid, gebruik is gemaakt van de bepalingsmethoden van NEN 6060 of NEN 6079 wordt bij het gebruik van het bouwwerk rekening gehouden met de gebruiksvoorwaarden in die normbladen.

Artikel 6.17

Een constructieonderdeel waarvoor op grond van dit besluit een eis aan de sterkte bij brand of brand, brandvoortplanting, rookdichtheid, brandklasse of rookklasse geldt waaraan het constructieonderdeel alleen met een aanvullende behandeling kan blijven voldoen, wordt op adequate wijze onderhouden.

Artikel 6.18

Op aankleding die voor 1 april 2014 is aangebracht in een besloten ruimte van een lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren, maar niet rechtstreeks op de vloer, trap of hellingbaan, is artikel 7.4, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 van toepassing zoals dit luidde voor 1 april 2014.

← terug naar Besluit bouwwerken leefomgeving