Besluit bouwwerken leefomgeving Actueel

Inhoud

§ 4.4.3

Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen

Artikel 4.160a

  1. Een bouwwerk heeft voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.

  2. Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door naleving van de regels in deze paragraaf.

Artikel 4.160b

  1. Een gebouw, anders dan een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan vijf parkeervakken, heeft:

    1. ten minste één laadpunt voor elke vijf parkeervakken;

    2. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en

    3. leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 168/2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60).

  2. Een gebouw als bedoeld in het eerste lid met een kantoorfunctie heeft, in afwijking van onderdeel a van dat lid, ten minste één laadpunt voor elke twee parkeervakken.

  3. Een gebouw met een of meer woonfuncties hetzij met een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel met meer dan drie parkeervakken, heeft:

    1. ten minste één laadpunt;

    2. voorbekabeling voor ten minste de helft van het aantal parkeervakken; en

    3. leidingdoorvoeren voor het resterende aantal parkeervakken voor laadpunten voor elektrische voertuigen, elektrische fietsen en andere voertuigen van categorie L als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 168/2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60).

  4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een gebouw dat niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen.

  5. De voorbekabeling en leidingdoorvoeren, bedoeld in het eerste en tweede lid, onder b en c, zijn zodanig gedimensioneerd dat gelijktijdig en efficiënt gebruik van de laadpunten mogelijk is.

  6. Een laadpunt is geschikt voor slim laden.

Artikel 4.160ba

  1. Een maatwerkvoorschrift over artikel 4.160b, vijfde lid, kan alleen inhouden dat de voorbekabeling en leidingdoorvoeren van een gebouw als bedoeld in het eerste en tweede lid, de installatie van een belasting- of laadbeheersysteem ondersteunen.

  2. Een maatwerkvoorschrift over artikel 4.160b, zesde lid, kan alleen inhouden dat een laadpunt geschikt moet zijn voor bi-directioneel laden.

← terug naar Besluit bouwwerken leefomgeving