In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Algemene plaatselijke verordening Zwijndrecht 2021(in verband met de Omgevingswet) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:28A Nadere regels en voorschriften
- Artikel 2:28B Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel
- Artikel 2:28C Wijziging aanhangsel exploitatievergunning
- Artikel 2:28D Eisen aan exploitant en leidinggevenden
- Artikel 2:28E Weigeringsgronden
- Artikel 2:28F Tijdelijke vergunning
- Artikel 2:28G Vervallen vergunning
- Artikel 2:28H Intrekkings- c.q. wijzigingsgronden
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:58A Verontreiniging door paarden
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Hoofdstuk Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:18
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik voor korte perioden door de rechthebbende op diens eigen terrein en voor het plaatsen van een paraplu of karpertentje ten behoeve van nachtvissen.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:
natuur en landschap; of
een stadsgezicht.
Artikel 4:19
Aanwijzing kampeerplaatsen
Artikel 4:18, eerste lid, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid.