1. Het is verboden in een openbare inrichting:

    1. de orde te verstoren;

    2. voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is:

      • een op de vergunning vermelde leidinggevende,

      • een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28A eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

    3. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft met een gegronde reden, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

  2. Het is de exploitant en leidinggevenden verboden bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven, met inbegrip van het bij de inrichting behorende terras, gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn.