Algemene Plaatselijke Verordening 2023 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen1Artikel 1:3 is gereserveerd
Hoofdstuk Openbare orde2De artikelen 2:2, 2:4, 2:5, 2:7 t/m 2:9, 2:13 t/m 2:23, 2:26, 2:34 t/m 2:37,2:43, 2:46, 2:51 t/m 2:56, 2:61 t/m 2:65, 2:69,2:70 en 2:74 zijn gereserveerd.
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente4Artikelen 4:4, 4:7, 4:9, 4:12 t/m 4:14 en 4:16 zijn gereserveerd
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente5Artikelen 5:1, 5:9 t/m 5:11, 5:15, 5:16, 5:20 t/m 5:32 en 5:37 zijn gereserveerd
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Bruikbaarheid en aanzien van de weg

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg II

  1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het bevoegd orgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.

  2. Het is verboden een voorwerp of beplanting aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

  3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    • evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    • standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;

    • overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  4. Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet van toepassing op de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan de nadere regels uit hoofde van het vierde lid:

    • terrassen als bedoeld in artikel 2:27 lid 1 sub b;

    • uitstallingen;

    • bouwmateriaal en -materieel;

    • plantenbakken en/of gevelbakken;

    • tekstkarren;

    • nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.

  5. Het college stelt nadere regels voor de categorieën genoemd in lid 3.

  6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatwerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

  7. In dit artikel wordt verstaan onder bevoegde bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

  8. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is para4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:11

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen, opbreken en veranderen van een weg II

  1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  2. De vergunning wordt verleend:

    1. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een omgevingsplan; of

    2. door het college in de overige gevallen.

  3. Het verbod is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.

  4. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatwerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

  5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg II

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

  2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 lid b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.

  3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:

    1. de bruikbaarheid van de weg;

    2. het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

    3. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    4. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

  4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatwerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

  5. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het maken, veranderen van een uitweg.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening 2023