1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een beschermde houtopstand te vellen of te doen vellen tenzij uit de Groene Kaart blijkt dat met name genoemde houtopstanden of boomsoorten niet als beschermde houtopstand worden aangemerkt.

  2. Zolang burgemeester en wethouders geen Groene Kaart hebben vastgesteld, is het verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    1. een beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van burgemeester en wethouders, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:11b en 4:11c;

    2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    3. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    4. het dunnen van de houtopstand, met het doel de overblijvende houtopstand te bevoordelen;

    5. het snoeien van bomen met achterstallig onderhoud waarbij meer dan 30 procent moet worden gesnoeid, op aanwijzen van een bomendeskundige.

    6. als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.