1. In dit artikel wordt verstaan onder experiment: tijdelijk afwijken van een of meer bepalingen in deze verordening met het oog op het verzamelen van gegevens om te beoordelen of de afwijking permanent of algemeen kan worden gemaakt.

  2. Het college of de burgemeester kan, ieder voor zover het een hem in deze verordening gegeven bevoegdheid betreft, besluiten tot het houden van een experiment.

  3. Het college of de burgemeester kan niet bij wijze van experiment afwijken van de volgende onderdelen van deze verordening:

    1. de hoofdstukken 1, 3 en 6;

    2. van hoofdstuk 2:

      1. de afdelingen 1, 2 en 6;

      2. de artikelen 2:31 en 2:32;

      3. de afdelingen 10 en 11 met uitzondering van de artikelen 2:42, 2:58 en 2:58a;

      4. de afdelingen 13 tot en met 15;

    3. hoofdstuk 4, afdelingen 1 en 2 met uitzondering van artikel 4:6.

  4. In het besluit, zoals genoemd in het tweede lid, wordt in ieder geval opgenomen:

    1. het doel van het experiment;

    2. de tijdsduur van het experiment;

    3. van welke regels wordt afgeweken;

    4. voor welk gebied het experiment geldt; en

    5. de voorwaarden die het college of de burgemeester verbindt aan het experiment.

  5. De raad wordt uiterlijk vier weken voor aanvang van het experiment door het college of de burgemeester geïnformeerd over het experiment.

  6. Een experiment heeft een looptijd van ten hoogste een jaar.

  7. Het experiment wordt geëvalueerd. Als de evaluatie van een experiment aanleiding geeft tot het aanpassen van deze verordening, kan het college of de burgemeester besluiten, in afwijking van het zesde lid, het experiment met ten hoogste een jaar te verlengen met het oog op het aanpassen van de verordening.