1. De inrichting van het paardenmarktterrein bestaat uit:

    1. het paardenmarktterrein

    2. de marktplaats

    3. het voorterrein

    4. de lokaliteit voor de met de keuring belaste dierenarts en diens hulppersoneel, als bedoeld in artikel 5 van het Besluit;

    5. het gedeelte van het voorterrein bestemd voor het laden en lossen van paarden, als bedoeld in artikel 8 onder 2 van het Besluit

    6. het gedeelte van het voorterrein bestemd voor het reinigen en ontsmetten van de veewagens, waarmee de paarden naar het paardenmarktterrein zijn aangevoerd, als bedoeld in artikel 8 onder 6 van het Besluit.

  2. De marktmeester draagt er zorg voor dat het paardenmarktterrein voldoet aan de eisen, als bedoeld in paragraaf 3 van het Besluit.