1. Degene die zich met een hond op de weg of openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

  2. De berijder, menner of degene die een paard begeleidt op een openbare plaats is verplicht ervoor zorgen dat de mest die door het paard wordt achtergelaten zo snel als mogelijk wordt verwijderd van de openbare plaats.

  3. De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met een hond op plaatsen bevindt genoemd in het eerste lid, een deugdelijk opruimmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor de directe verwijdering van de uitwerpselen van de hond en is tevens verplicht dit opruimmiddel te tonen op verzoek van een toezichthouder of een (bijzonder) opsporingsambtenaar.

  4. Het college kan bepalen aan welke eisen een deugdelijk opruimmiddel moet voldoen.

  5. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

  6. Het eerste lid en tweede lid zijn niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.