1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal twaalf dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twaalf dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

  3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.

  4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

  5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

  6. Het equivalente geluidsniveau Leq,T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A) en 82 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen, en 55 dB(A) in een geluidgevoelige ruimte van een woning van derden, bij gesloten ramen en deuren van de woning.

  7. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, beëindigd:

    in de nacht van zondag op maandag uiterlijk om 00.00 uur;

    in de nacht van maandag op dinsdag uiterlijk om 00.00 uur;

    in de nacht van dinsdag op woensdag uiterlijk om 00.00 uur;

    in de nacht van woensdag op donderdag uiterlijk om 00.00 uur;

    in de nacht van donderdag of vrijdag uiterlijk om 00.00 uur;

    in de nacht van vrijdag op zaterdag uiterlijk om 01.00 uur;

    in de nacht van zaterdag op zondag uiterlijk om 01.00 uur.

  8. Het college kan een ander eindtijdstip bepalen en andere maximaal toelaatbare geluidniveaus vaststellen met dien verstande dat deze niet meer mogen bedragen dan 70 dB(A) en 82 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen.

  9. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

  10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.