1. Het is verboden zich op of aan de weg, in voor het publiek toegankelijke gebouwen of bij openbare evenementen te bevinden met kleding die het gezicht bedekt of onherkenbaar maakt.

  2. Het verbod geldt niet:

    1. Indien het dragen van gezichtsbedekkende kleding noodzakelijk is ter bescherming van het lichaam in verband met de gezondheid of veiligheid;

    2. Indien het dragen van gezichtsbedekkende kleding plaatsvindt in verband met uitoefening van een beroep of sport;

    3. Indien het dragen van gezichtsbedekkende kleding passend is bij het deelnemen aan een feestelijke of culturele activiteit;

    4. Indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het dragen van gezichtsbedekkende kleding een uiting is van godsdienst of levensovertuiging én daardoor de openbare orde niet wordt verstoord.

  3. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid bedoelde verbod.

  4. Degene die handelt in strijd met het in het eerste lid gestelde verbod, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.