1. Het is verboden op de weg te vervoeren, bij zich te dragen of anderszins voorhanden te hebben: brandbaar materiaal, waaronder in ieder geval begrepen bankstellen, fauteuils, stoelen en overige huisraad, houten kratten, pallets, kisten, kerstbomen en autobanden, met het kennelijk doel deze op de weg of een openbare plaats te (doen laten) verbranden.

  2. De politie en de gemeentelijke toezichthouder heeft de bevoegdheid om de materialen als bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van het vervoermiddel of de aanhangwagen waarin of waarop deze zich bevinden, in beslag te nemen en te houden tot uiterlijk 12.00 uur de dag daarop volgend. Na dit tijdstip mogen op last van de politie of toezichthouder niet-afgehaalde materialen worden vernietigd.

  3. Het verbod in het eerste lid geldt niet als ter plaatse en naar het bevredigend oordeel van een ambtenaar van de politie of toezichthouder van de gemeente wordt aangetoond, dat het vervoer en/of de aanwezigheid van de genoemde voorwerpen of stoffen gebeurt voor andere handelingen of voor een ander doel dan in het eerste lid worden genoemd.

  4. Het verbod in het eerste lid geldt enkel op de door het college aangewezen dagen en tijden, maar in ieder geval op 31 december vanaf 15.00 uur tot 1 januari 12.00 uur.

  5. Van het verbod als bedoeld in het eerste lid kan ontheffing worden aangevraagd danwel worden verleend indien er sprake is van een samenloop van een ontheffing om vreugdevuren te stoken.