1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. Op aanvragen om een vergunning, ontheffing of een ander besluit op grond van de Algemene plaatselijke verordening (2020), waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.

  3. Besluiten ter uitvoering of handhaving van bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening (2020), worden geacht te zijn genomen ter uitvoering of handhaving van deze verordening.

  4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Algemene plaatselijke verordening (2020), waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.

  5. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op basis van die verordening vastgestelde nadere regels, beleidsregels, aanwijzingsbesluiten, mandaatbesluiten en delegatiebesluiten, als de rechtsgrond waarop die besluiten zijn gebaseerd ook is opgenomen in deze verordening.