1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste twee weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  3. De burgemeester kan binnen een week na ontvangst van de melding als bedoeld in het tweede lid besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  4. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  5. In afwijking van artikel 1:2, eerste lid, beslist de burgemeester binnen 13 weken op een aanvraag evenementenvergunning.

  6. In afwijking van artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan dertien weken voor de beoogde datum van het beoogde evenement is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is

  7. Als de aanvraag een speelvergunning voor een circus betreft dient de aanvraag, in afwijking van het vijfde lid en artikel 1:8, tweede lid, vóór 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te worden ingediend.

  8. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een speelvergunning voor een circus, in afwijking van het vijfde lid en artikel 1:2, eerste lid, uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

  9. De burgemeester kan criteria vaststellen aan de hand waarvan een aanvraag als bedoeld in het zevende lid wordt beoordeeld.

  10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.