De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw, inrichting, ruimte of bijbehorend erf voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar:
wapens en/of munitie als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend of
is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de kansspelen of
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen of
in het belang van de openbare orde, veiligheid, of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat, of indien zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, inrichting of ruimte of het bijbehorend erf ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, van de APV of artikel 13b van de Opiumwet voorziet .
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw, inrichting of ruimte of het bijbehorende erf.
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
Het is eenieder verboden een gesloten gebouw, inrichting, ruimte of erf te betreden, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder daaraan voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de burgemeester.
De burgemeester kan een sluiting opheffen als naar zijn oordeel later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.