De exploitatievergunning of verleende vrijstelling vervalt wanneer:
de exploitatie van de openbare inrichting feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) overgedragen;
zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning gebruik is gemaakt;
gedurende één jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de exploitatievergunning.