1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting, al dan niet voor een bepaalde duur, gesloten verklaren indien:

    1. de seksinrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;

    2. de seksinrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. het bevoegd bestuursorgaan oordeelt dat een van de in artikel 3:9 genoemde situaties waarin intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht.

  3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  4. Het is de exploitant of beheerder van een seksinrichting verboden daarin personen toe te laten of daarin te laten verblijven zolang de sluiting van kracht is.

  5. Het is een ieder verboden in een overeenkomstig het eerste lid gesloten seksinrichting te verblijven.

  6. Het in het vierde en vijfde lid genoemde verbod geldt niet voor het toelaten van personen van wie de tegenwoordigheid in de seksinrichting om dringende redenen vereist is.

  7. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door het bevoegd bestuursorgaan worden opgeheven, indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.