1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, behoudends hoofdstuk 3, zijn belast: de als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigde ambtenaren in dienst van de gemeente.

  2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

  3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, die werkzaam zijn bij de eenheid Oost-Nederland eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.