Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
Voor het verkrijgen van een exploitatievergunning moeten leidinggevenden aan de volgende eisen voldoen:
Zij mogen niet onder curatele staan;
Zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
zij moeten de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
zij mogen binnen de laatste vijf jaar geen leidinggevende zijn geweest van een inrichting waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, van de Alcoholwet danwel op grond van artikel 2:29a, eerste lid, onder c van deze verordening of die voor ten minste een maand is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet of van artikel 174 Gemeentewet of van een op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
het woon- of leefklimaat, in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting; of
Niet wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in het derde lid;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
-
Bij toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
Het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
De aard van de openbare inrichting;
de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat;
de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende;
het levensgedrag van de exploitant of de leidinggevende.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum;
bedrijfskantine of- restaurant.