1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  4. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  5. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Lar, LT en het maximale geluidsniveau Lamax veroorzaakt door de inrichting, mag ten hoogste bedragen: 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode ter plaatse van gevels van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. Het maximale geluidsniveau Lamax veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 90 dB(A) in de dagperiode, 85 dB(A) in de avondperiode en 80 db(A) in de nachtperiode op de gevel van geluidgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.

  6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van geluidsniveaus als aangegeven in het vijfde lid, uiterlijk om 01.00 uur te zijn beëindigd.

  7. Het college kan geluidsnormen stellen die afwijken van de in het vijfde lid genoemde waarden.