1. De burgemeester kan, met inachtneming van de sluitingstijd (artikel 2:29), maximaal 12 keer per jaar aan een paracommerciële rechtspersoon een ontheffing verlenen van het in artikel 2:34a genoemde verbod met betrekking tot de schenktijden.

  2. De burgemeester kan maximaal 4 keer per jaar aan een paracommerciële rechtspersoon een ontheffing verlenen van het in artikel 2:34b, lid 1, genoemde verbod met betrekking tot de bijeenkomsten. Desgewenst kan de burgemeester gelijktijdig met deze ontheffing, met inachtneming van de sluitingstijd (artikel 2:29), ontheffing verlenen van het in artikel 2:34a genoemde verbod met betrekking tot de schenktijden.

  3. Aan een ontheffing op grond van de voorgaande leden kan de burgemeester voorwaarden verbinden.

  4. De burgemeester kan besluiten de aanvraag om ontheffing als bedoeld in het eerste lid niet te behandelen indien deze aanvraag wordt ingediend minder dan 4 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft.

  5. De burgemeester kan besluiten de aanvraag om ontheffing als bedoeld in het tweede lid niet te behandelen indien deze aanvraag wordt ingediend minder dan 6 weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft.

  6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit artikel.