1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijk(e):

    • intimiderend gedrag vanuit de woning of vanaf het erf;

    • verbaal geweld, intimidatie of bedreiging en stelselmatig treiteren;

    • vernielingen;

    • vuilnisoverlast of verwaarlozing van de woning of het erf;

    • overlast door dieren;

    • burenruzie;

    • geluids- of geuroverlast (door volwassenen, kinderen, dieren, muziek, motoren);

    • drugsoverlast;

    • vervuiling;

    • overlast door bezoekers of personen die tegelijk in de woning of op het erf aanwezig zijn.

  3. De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf als bedoeld in artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet.

  4. De burgemeester stelt beleidsregels op ten behoeve van de uitvoering van het derde lid.