1. De sluitingstijd van een openbare inrichting wordt vastgesteld middels een voorschrift dat verbonden is aan een vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, van deze verordening (exploitatievergunning).

  2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd die bepaald is via een exploitatievergunning op grond van artikel 2:28, eerste lid, van deze verordening.

  4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel.

  5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

  6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.