Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Opmeer 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciele rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op het inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Het bewaren van houtopstanden
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:75

Bestuurlijke ophouding

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:3, 2:26, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73a van deze verordening groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:76

Veiligheidsrisicogebieden

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:77

Cameratoezicht op openbare plaatsen

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Artikel 2:78

Gebiedsontzeggingen

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht] een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 12 weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

  5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 2:79

Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

  1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

  2. De burgemeester kan alleen een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang opleggen als inzet van andere instrumenten, zoals opgenomen in de aanpak woonoverlast gemeente Opmeer, niet heeft geleid tot het tegengaan van de ernstige en herhaaldelijke hinder.

  3. De last kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf.

    De burgemeester legt alleen een last op bij ernstige en herhaaldelijke hinder van één of meer dieren, geluid, geur, intimidatie, vervuiling of verwaarlozing.

  4. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.

Artikel 2:80

Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

  3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

  4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

  6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Artikel 2:81

Aanwijzing vergunningsplicht woningverhuur ten behoeve van tegengaan uitbuiting en onevenredige benadeling huurders

Ten behoeve van de bestrijding van uitbuiting en onevenredige benadeling van huurders kan het college bepaalde vormen van woningverhuur als vergunningsplichtig aanwijzen. Deze vergunningsplicht kan zich uitstrekken van de verhuur van individuele woningen tot de woningverhuur in bepaalde wijken of gebieden.

Artikel 2:81a

Begripsbepalingen

In artikel 2:81 t/m 2:81e wordt verstaan onder:

  1. woning: woonruimte als bedoeld in artikel 1 onder j van de Huisvestingswet 2014

  2. woningverhuur: het, al dan niet bedrijfsmatig tegen een vergoeding beschikbaar stellen dan wel in gebruik geven van ene woning;

  3. woningbemiddeling: het, al dan niet bedrijfsmatig, tegen een vergoeding bemiddelen bij de totstandkoming van een overeenkomsten tot het tegen een vergoeding beschikbaar stellen dan wel in gebruik geven van een woning;

  4. verhuurder: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die, al dan niet bedrijfsmatig, een woning tegen een vergoeding beschikbaar stelt dan wel in gebruik geeft;

  5. bemiddelingsbedrijf: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die, al dan niet bedrijfsmatig, tegen vergoeding bemiddelt bij de totstandkoming van een overeenkomsten tot het tegen een vergoeding beschikbaar stellen dan wel in gebruik geven van een woning.

Artikel 2:81b

Aanwijzing vergunningplichtige woningverhuur

  1. Het college kan woningverhuur aanwijzen waarop het verbod uit het eerste lid van artikel 2:81c van toepassing is.

  2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt uitsluitend plaats als naar het oordeel van het college:

    1. huurders en/of gebruikers worden uitgebuit en/of onevenredig benadeeld; en/of

    2. de leefbaarheid, de volksgezondheid, de openbare orde en/of de veiligheid onder druk staan; en/of

    3. het welzijn van huurders en/of gebruikers onder druk staat; en/of

    4. er zich strafbare feiten voordoen.

  3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan zich beperken tot:

    1. de woningverhuur van één of meer verhuurders; en/of

    2. de verhuur van één of meer woningen binnen een straat, wijk of gebied; en/of

    3. alle woningverhuur binnen een straat, wijk, of gebied; en/of

    4. een bepaalde vorm van woningverhuur al dan niet beperkt tot een straat, wijk, of gebied; en/of

    5. één of meer onder verantwoording van of in opdracht van een verhuurder of meerdere verhuurders werkende natuurlijke personen of rechtspersonen.

  4. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid welke betrekking heeft op alle woningverhuur binnen een wijk of gebied of op (een) bepaalde vorm(en) van woningverhuur binnen de gehele gemeente geschiedt niet eerder voordat de gemeenteraad hierover vooraf is geïnformeerd.

Artikel 2:81c

Aanwijzing vergunningplichtige woningbemiddeling

  1. Het college kan woningbemiddeling aanwijzen waarop het verbod uit het eerste lid van artikel 2:81d van toepassing is.

  2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt uitsluitend plaats als naar het oordeel van het college:

    1. huurders en/of gebruikers worden uitgebuit en/of onevenredig benadeeld; en/of

    2. de leefbaarheid, de volksgezondheid, de openbare orde en/of de veiligheid onder druk staan; en/of

    3. het welzijn van huurders en/of gebruikers onder druk staat; en/of er zich strafbare feiten voordoen.

  3. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan zich beperken tot:

    1. de woningbemiddeling van één of meer bemiddelingsbedrijven; en/of

    2. de woningbemiddeling inzake één of meer woningen binnen een straat, wijk of gebied; en/of

    3. alle woningbemiddeling binnen een straat, wijk of gebied; en/of een bepaalde vorm van woningbemiddeling al dan niet beperkt tot een straat, wijk, of gebied; en/of

    4. een of meer onder verantwoording van of in opdracht van een bemiddelingsbedrijf of meerdere bemiddelingsbedrijven werkende natuurlijke personen of rechtspersonen.

  4. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid welke betrekking heeft op alle woningbemiddeling binnen een wijk of gebied of op (een) bepaalde vorm(en) van woningbemiddeling binnen de gehele gemeente geschiedt niet eerder voordat de gemeenteraad hierover vooraf is geïnformeerd.

Artikel 2:81d

Vergunning woningverhuur en/of woningbemiddeling

  1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te verhuren als deze woningverhuur valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:81b, lid 1.

  2. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een woning te bemiddelen als deze woningbemiddeling valt onder de werking van een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 2:81c, lid 1.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid weigeren:

    1. ter voorkoming van uitbuiting, onevenredige benadeling en strafbare feiten;

    2. in het belang van het welzijn van huurders en/of gebruikers;

    3. in het belang van de leefbaarheid;

    4. indien de verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf dan wel onder verantwoording van of in opdracht van de verhuurder of het bemiddelingsbedrijf werkende natuurlijke en/of rechtspersonen in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

    5. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

    6. indien er aanwijzingen zijn dat voor de verhuurder en/of het bemiddelingsbedrijf personen werkzaam zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in de te vergunning activiteit strijdigheden oplevert met een geldend omgevingsplan of de Wet milieubeheer.

Artikel 2:81e

Intrekking en wijziging van een vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:81d intrekken of wijzigen indien naar het oordeel van de burgemeester:

  1. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze afdeling niet worden nageleefd; en/of

  2. er zich een omstandigheid voordoet op grond waarvan de vergunning op grond artikel 1:8 en van het derde en vierde lid van artikel 2:81d zou zijn geweigerd.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Opmeer 2025