1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:

    1. verharde delen van de weg;

    2. de openbare gedeelten van gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen;

    3. schoolpleinen;

    4. terreinen rond bejaardentehuizen;

    5. speellocaties;

    6. ligweiden; en

    7. sportvelden.

  2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

  3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, behoudens de openbare gedeelten van de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.