1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  2. In afwijking van het eerste lid geldt voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid een termijn van twaalf weken.

  3. Het bestuursorgaan kan de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen voor ten hoogste acht weken verdagen.

  4. In afwijking van het eerste en derde lid geldt voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:3 eerste lid een termijn van twaalf weken. Het is mogelijk deze termijn te verlengen met ten hoogste twaalf weken.

  5. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.