1. Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 2:1, 2:3, 2:6, 2:9, 2:10, 2:10a, 2:11, 2:12, 2:14, 2:15, 2:16, 2:17, 2:22, 2:23, 2:25, 2:26, 2:26a, 2:28, 2:29, 2:31, 2:32, 2:36, 2:38, 2:41, 2:42, 2:43, 2:45, 2:46, 2:47, 2:47a, 2:47b, 2:48, 2:49, 2:50, 2:51, 2:57, 2:58, 2:59, 2:62, 2:67, 2:68, 2:72, 2:73, 2:73a, 2:74a, 2:76a, 2:76b, 2:79 , 2:85, 2:88, 3:12, 3:13, 3:18, 3:19, 3:23, 4:6, 4:8, 4:9, 4:11, 4:13, 4:15, 4:18, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12, 5:13, 5:15, 5:18, 5:23, 5:24, 5:25, 5:28, 5:29, 5:30, 5:30a, 5:31, 5:31b, 5:31c, 5:31d, 5:32.

  2. Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Afvalstoffenverordening van de gemeente Oostzaan bepaalde kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 6 eerste lid, 7, 8, 9 eerste lid, 9 tweede lid, 10 eerste lid, 10 tweede lid, 10 zesde lid, 11 tweede lid, 14 eerste lid, 14 tweede lid, 14 vierde lid, 15 tweede lid.

  3. Bij overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een voorschrift als genoemd in het eerste en tweede lid van dit artikel, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in de bijlage bij de Verordening bestuurlijke boete handhaving overlast in de openbare ruimte Oostzaan is vermeld.

  4. Belastingbedragen van minder dan 10 euro worden niet geheven.

  5. De termijnen van betaling bedragen:

    1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

    2. In afwijking van het eerste lid en in afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is een voorlopige aanslag welke is opgelegd voor de elfde maand van het belastingjaar, invorderbaar zoveel gelijke termijnen als er na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, nog maanden van het belastingjaar overblijven. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

    3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gesteld termijnen.

  6. Indien het boetebedrag bedoeld in het derde of vierde lid, hoger is dan het wettelijk maximum boetebedrag als bedoeld in artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet, geldt het wettelijk maximum boetebedrag.

    [De verwijzing in artikel 6:1a naar artikel 5:31d treedt in werking als er een nadere regeling wordt vastgesteld waarin de registratie van vaartuigen wordt geregeld. Voor het overige treedt dit artikel wel in werking]