1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen:

    1. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:87 aangewezen gebouw, straat of gebied; of

    2. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2:87 aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.

  2. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door de exploitant.

  3. Bij het aanwijzen van gebouwen, straten, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in het eerste lid van artikel 2:87 stelt de burgemeester vast welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag moeten worden ingediend.

  4. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.

  5. De burgemeester stelt een aanvraagformulier voor de indiening van een vergunningaanvraag vast.

  6. Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.