1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning voor een evenement in ieder geval indien:

    1. naar zijn oordeel noch door het stellen van voorschriften, nog noch door van de kant van de organisator voorgestelde maatregelen, onevenredige schade aan de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu kan worden voorkomen;

    2. de ter handhaving van openbare orde en veiligheid noodzakelijk politiecapaciteit een zijns inziens onevenredig beroep op de beschikbare formatie doet;

  3. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp is voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  4. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  5. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na de melding als bedoeld in lid 5 besluiten het kleine evenement te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt;

  6. Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f en g, bedoelde voetbalwedstrijden, vechtsportwedstrijden of -gala’s.

  7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

  8. De burgemeester kan andere categorieën vergunningsplichtige evenementen aanwijzen waarvoor de weigeringsgrond als bedoeld in het zevende lid van toepassing is.

  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.1.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.