1. De vergunning bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, wordt geweigerd als:

    1. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:7a gestelde eisen;

    2. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan;

    3. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:19, eerste lid, worden geweigerd in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee.