Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oldambt 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 13-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1: Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2: Betoging
Paragraaf Afdeling 3: Verspreiding van gedrukte stukken
Paragraaf Afdeling 4: Vertoningen e.d. op de weg
Paragraaf Afdeling 5: Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Paragraaf Afdeling 6: Veiligheid op de weg
Paragraaf Afdeling 7: Evenementen
Paragraaf Afdeling 8: Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 8a: Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 9: Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 10: Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 11: Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 12: Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13: Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 14: Carbidschieten
Paragraaf Afdeling 15: Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 16: Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht en woonoverlast
Hoofdstuk Reguliere prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1: Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Paragraaf Afdeling 2: Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 3: Het bewaren van houtopstanden
Paragraaf Afdeling 4: Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 5: Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 5: Bruikbaarheid en aanzien van de weg

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

  1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:

  2. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

  3. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  4. Het college kan in het belang van de openbare orde en veiligheid of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het plaatsen van uitstallingen en/of objecten, reclame-uitingen, hinderlijke beplanting en terrassen.

  5. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

  6. Het verbod is niet van toepassing op:

  7. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

  8. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en

  9. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  10. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:11

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

  • Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

  • Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

  • Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg

  1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken of verandering te brengen in een bestaande uitweg.

  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

  3. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

  4. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

  5. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

  6. als door de uitweg het straatbeeld op onaanvaardbare wijze wordt aangetast (bijv. parkeren in voortuinen); en/of

  7. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een (andere) uitweg wordt ontsloten.

  8. In afwijking van het gestelde in het tweede lid onder d, kan de vergunning worden verleend indien de noodzaak op (sociaal-) medische gronden gerechtvaardigd wordt geacht.

  9. In afwijking van het gestelde in het tweede lid onder e, kan de vergunning voor een tweede uitweg worden verleend:

  10. bij percelen met een bedrijfs- of agrarische bestemming

  11. indien verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven, of

  12. indien zwaarwegende bedrijfseconomische gronden daartoe aanleiding geven;

  13. bij percelen met een perceelbreedte van meer dan 35 m te rekenen vanaf de straatzijde van de te realiseren uitweg; en/of

  14. bij percelen aan meer zijden gelegen aan een openbare weg, waarbij

  15. de uitwegen niet op dezelfde weg uitkomen; en

  16. de perceeloppervlakte groter is dan 1000 m²;

mits geen van de weigeringsgronden uit het tweede lid onder a, b, c en d van toepassing zijn.

  1. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

  2. Het college kan in het belang van de openbare orde, het verkeer, het voorkomen van ernstige hinder of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van het aanleggen van een uitweg.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oldambt 2025